Bezingt Gods lof als nooit tevoren

 

Roel Sikkema in het Nederlands Dagblad, 18 mei 1995:

 

De Rotterdamse kerkmusicus Dirk Zwart heeft de afgelopen jaren als cantor diverse liederen van dichters als Huub Oosterhuis, A.F. Troost, Jaap Zijlstra op muziek gezet en bewerkt voor koor. Het door Dick Duijst geleide jongerenkamerkoor Quintessens uit Utrecht zette een aantal van die liederen op een onlangs verschenen cd.

          De stijl waarin Zwart z’n muziek goot, is opmerkelijk. Geen gospel, geen populaire deuntjes; maar ook geen op de traditionele kerkmuziek geënte melodieën. Alleen al het gebruik van de begeleidingsinstrumenten – piano, soms aangevuld met fluit en cello – laat dat zien. Zelf verwijst Dirk Zwart naar de ‘romantische, muzikale taal van Antoine Oomen’, een van de ‘huiscomponisten’ van Oosterhuis, die voor hem een belangrijke inspiratiebron was.

          Zwart schreef zijn liederen in een stijl, die veel mensen direct zal aanspreken. Op de cd zijn prachtige melodieën te horen, gezet in mooi-klinkende harmonieën. Om enkele voorbeelden te noemen: het stralende Paaslied ‘God dank! Laat iedereen het horen’, of het op 1 Korintiërs 13 gebaseerde ‘Al sprak ik in tongentaal’, waarin de fluit een mooie tegenmelodie speelt. Dat eenvoud nog steeds kenmerk van het ware is, blijkt onder meer uit de manier waarop het koor een- en tweestemmig zingt, bij voorbeeld in nr. 10, ‘Lied van de Geest’ van Jaap Zijlstra, of het daaraan voorafgaande ‘Lied van verlangen’. Wat klinkt eenstemmige koorzang toch indrukwekkend, als daar zorg aan is besteed.

          Het is geen cd om alle liederen achter elkaar te draaien als een soort achtergrondmuziek. Wil je er echt van genieten en alles goed tot je door laten dringen, dan moet je dat doen door aandachtig te luisteren en goed de teksten te lezen. Wie dat advies in de wind slaat, zal misschien de indruk krijgen dat na een tijdje sommige liederen wat op elkaar gaan lijken. Zwarts stijl is melodieus, qua sfeer hier en daar wat melancholiek, zonder enorme emotionele uitschieters, zoals die soms in hedendaagse Engelse koormuziek voorkomt. Ik noem deze muziek hier, omdat Quintessens op z’n eerste cd enkele van dergelijke werken laat horen.

          Quintessens zingt goed, een enkele keer schieten enkele sopranen wat uit, terwijl soms de tenoren wat te sterk klinken. De opname had technisch gezien beter gekund. Het koor klinkt wat indirect, waardoor de ruime akoestiek van de Gouwekerk in Gouda wel goed hoorbaar is. Maar omdat de piano  door Dirk Zwart zelf uitstekend bespeeld  wat directer is opgenomen en waarschijnlijk mede daardoor soms te sterk klinkt, is de verstaanbaarheid van de teksten niet altijd optimaal. De begeleiding door dwarsfluit en cello  bespeeld door Suzan Zwart-de Kruif en Bart Vuijk zijn waardevolle aanvullingen op het pianospel.

          De cd zou aan waarde hebben gewonnen als er op enkele plaatsen tussen de liederen wat instrumentale intermezzi waren opgenomen. Het levendige menuet voor fluit en piano dat de cd afsluit, klinkt nu teveel als een muzikale uitsmijter die een beetje losstaat van de rest. Er was op de cd in ieder geval nog ruimte genoeg, want de lengte is met 55 minuten en 59 seconden wat aan de korte kant.

          In het bijgevoegde booklet schrijft Zwart dat deze liederen niet bedoeld zijn voor gemeentezang, maar dat het  gezien de toonomvang en melodische gang en de onmisbare pianobegeleiding  typische koorwerken zijn. Een uitzondering zijn drie beurtzangen van psalmen  23, 98 en 121  waarbij de gemeente een refrein mee kan zingen. [...]

          Dirk Zwart schrijft dat de liederen niet te moeilijk zijn, zo te horen lijkt hij daar gelijk in te hebben. De meeste zijn geschreven voor een cantorij in Vlaardingen, waaraan Zwart als cantor verbonden is. Ze moeten daarom in twee of drie repetities ingestudeerd kunnen worden.

 

Riet de Boer in Klankbord (orgaan van de GOMZ), juni 1995:

 

Het jongerenkamerkoor Quintessens uit Utrecht o.l.c. Dick Duyst heeft een unieke cd opgenomen met nieuwe kerkliederen. De teksten zijn van A.F. Troost, Huub Oosterhuis en Jaap Zijlstra. Ze zijn op muziek gezet door cantor Dirk Zwart. Bijna een uur lang prachtige, goed in het gehoor liggende eigentijdse koormuziek, opgenomen in de Gouwewerk in Gouda, begeleid door piano (Dirk Zwart), dwarsfluit (Suzan Zwart-de Kruif) en cello (Bart Vuijk). Een welkome aanvulling op het christelijke koorrepertoire en zeer goed bruikbaar in de cantorij-praktijk. Daar is deze muziek ook voor geschreven. ‘...Niet moeilijk, in een paar repetities in de studeren...’ zoals in het goed uitgevoerde booklet staat. Eenstemmige zang wordt afgewisseld met meerstemmige, waarbij de eigen stijl van Dirk Zwart goed hoorbaar is.

          Het koor is goed geschoold, heeft een mooie heldere klank en is qua stemverhouding evenwichtig samengesteld. Af en toe overheerst de mannensectie de vrouwen. Het koor zingt vnl. klassieke muziek. Toch hebben ze zich met groot enthousiasme gestort op deze liederen.

          ‘...mooie muziek, leert makkelijk, maar juist dat maakt het moeilijk deze goed te laten klinken...’

          ‘...het is Nederlands, je kunt het echt met je hart zingen, je zingt bewuster...’

          Een paar reacties van koorleden van Quintessens in ‘Licht op jongerenkoren’ van de EO op dit voor hen andersoortig repertoire.

          Een drietal composities kan in beurtzang met de gemeente worden gezongen. Dit betreft dan ook psalmen met een eenvoudig refrein. De anderen liederen zijn qua omvang van de melodie en afhankelijkheid van pianobegeleiding minder geschikt voor gemeentezang. Deze pianobegeleiding parelt door de zang heen, en is hier en daar nadrukkelijk aanwezig. Hierdoor moest af en toe het booklet gepakt worden om te weten wat er gezongen werd. De fluit heeft regelmatig een mooie tegenstem en verrijkt de zang, evenals de cello.

          Aan het eind van de cd klinkt een verrassende instrumentale alfsluiting voor fluit en piano. Dit had voor mij meer gemogen. Echter, daar was de cd niet voor bedoeld.

 

Herman van Hartingsveld in het Gereformeerd Kerkblad voor Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, 24 juni 1995:

 

[...] Melodie en stemvoering blijven voor de luisteraar binnen het patroon wat men in het algemeen graag hoort. Al luisterend ontkom ik toch niet helemaal aan de gedachte dat de muziek een soort van ‘easy listening’ effect kan oproepen. Dat komt mede door de over het algemeen gehanteerde soepele doorgaande pianobegeleiding. Daar waar deze begeleiding soberder wordt, verschuift het luisteraccent naar de zang, b.v. in het lied ‘Blijf bij ons, Heer’ Dit effect komt ook wel omdat alle liederen op deze cd achter elkaar zijn opgenomen. Te overwegen is om in het vervolg bij dit soort opnamen meerdere intermezzi tussen de liederen op te nemen.

          Er is er maar één aan het einde van deze cd, maar die mag er dan ook zijn. Een heel vaardig door Suzan en Dirk Zwart gespeeld Menuet voor fluit en piano. Wat een boeiend stuk muziek met die chromatische elementen erin, ook dit is Dirk Zwart. Deze solo zou dus een eind naar voren hebben gekund. Maar de meeste cd-apparaten hebben de mogelijkheid om de nummers in een niet voorspelbare volgorde af te spelen, en dan komt die solo ‘ergens’ als een verrassing! Maar eens proberen.’

 

Drs. P.C. den Uil in het Reformatorisch Dagblad, 27 mei 2002:

 

Jongerenkamerkoor Quintessens uit Utrecht bracht in 1995 een cd met bijbelliederen uit. Uitgeverij Nootzaak heeft de in de Gouwerkerk in Gouda opgenomen cd inmiddels opnieuw uitgegeven. Quintessens zingt bijbelliederen, gedicht door A.F. Troost, Huub Oosterhuis en Jaap Zijlstra en getoonzet door neerlandicus en musicus Dirk Zwart. De pianobegeleiding is in handen van de componist, hier en daar vergezeld van fluit (Suzan Zwart-de Kruif) en cello (Bart Vuijk).

          De drie samenstellende delen – tekst, compositie en uitvoering – gaan in deze opname op hoof niveau samen. De cd leent zich vooral voor mediterend luisteren aan de hand van rechtstreeks naar de Schrift verwijzende teksten van hoog poëtisch gehalte. Het jongerenkoor heeft onder leiding van vakdirigent Dick Duijst hoorbaar aan stemvorming en koorklank gewerkt. De klinkers worden prachtig gevormd, de medeklinkers niet veronachtzaamd. De acht sopranen, zes alten, vier tenoren en vier bassen zingen zuiver en in fraaie spanningsbogen, steeds beheerst doch nimmer mechanisch. Innemend klinkt het a capella gezongen ‘Blijf bij ons, Heer’.

          Uit de zeventien voorgedragen liederen blijkt heel duidelijk dat Dirk Zwart, die de conservatoria van Den Haag en Rotterdam bezocht, een eigen stijl heeft. Tegelijkertijd kan met zo’n serie liederen op weg naar de 56e minuut te vroeg het gevoel ontstaan het nu wel gehoord te hebben. Ook is de stemvoering mijns inziens niet altijd even overtuigend. Zo ontgaat het mij waarom in de beurtzang op Psalm 121 het tekstgedeelte ‘Ik hef mijn ogen op naar...’ niet stijgend blijft, doch plots daalt voor ‘...de bergen.’ Ook de begeleidingsvormen op de piano zijn mij wat te veel van hetzelfde.

          De bewerkingen zijn echter wel vormvast en nergens goedkoop. Een fraai voorbeeld daarvan is ‘Heer Jezus, als een Licht zijt Gij’. Een indrukwekkende melodische gang heeft ‘Lied van verlangen’. Zoals de componist zelf in het tekstboekje aangeeft, zijn de liederen overigens niet bedoeld voor gemeentezang, wel voor liturgisch gebruik.

          Het keurig verzorgde tekstboekje bevat naast alle afgedrukte liederen veel informatie over de historie van de opname en over de uitvoerenden. Wat mij daarbij trof, was dat de beschrijving eerlijk oogt: verdiensten of verdienstelijkheden worden, om zo te spreken, niet overgeblazen op een schreeuwerige loftrompet en gewekte verwachtingen worden daadwerkelijk waargemaakt. De cd eindigt met een fraai menuet voor fluit en piano, gespeeld door Dirk en Suzan Zwart.

 

Huub Oosterhuis in een brief aan Dirk Zwart:

 

Je CD is een verrassing: eindelijk een componist die de ‘bevindingen’ van Antoine Oomen ernstig heeft genomen.