Dag aan dag draagt Hij ons
Roel Sikkema in het Nederlands Dagblad, 26 november 1997
[artikel n.a.v. de presentatie van de cd]
Kop: ‘Een fraaie staalkaart van een gereformeerde cantorij’
Kan dat, een cantorij in een orthodox-gereformeerde eredienst? Wie straks eerlijk de cd beluistert van het gemeentekoor van de vrijgemaakt-gereformeerde kerk van Rotterdam-Centrum die aanstaande zaterdag wordt gepresenteerd, kan die vraag volmondig met ‘ja’ beantwoorden. Deze kerk bezit sinds vier jaar een koor dat nu acht keer per jaar meewerkt aan de erediensten. Het door Dirk Zwart geleide koor heeft in die tijd veel samen met de gemeente gezongen, in beurtzang of met tegenmelodieën, maar laat in zulke diensten ook solo’s bijvoorbeeld uit de Engelse koortraditie horen.
Rotterdam was vier jaar geleden de eerste plaats waar een ‘vrijgemaakte’ cantorij werd opgericht. Er volgden mondjesmaat nog enkele plaatsen, maar het totale aantal is nog steeds op de vingers van één hand te tellen. Deze cd zou daarin weleens verandering kunnen brengen. Want de plaat laat op een eerlijke, onopgesmukte manier horen hoe je een doorsnee gereformeerde kerkdienst met weinig ingrijpende maatregelen kunt verrijken. Waarom zou dit goede voorbeeld niet nagevolgd worden?
‘We spreken heel bewust niet van een ‘optreden’ van ons koor,’ zegt dirigent Dirk Zwart. ‘Net zoals de predikant de ‘voorganger’ van de gemeente is, zo zijn wij de ‘voorzangers’. We doen het samen in een afwisseling met de gemeente.’
De oorsprong van het koor ligt een jaar of zeven terug, toen gemeentelid Jaap Schuurman aan Dirk Zwart voorstelde op een gemeentedag met een ad hoc-koortje iets te gaan zingen. ‘Dat sloeg zo aan, dat we dat enkele keren herhaalden,’ zegt Schuurman nu. ‘Sinds 1993 heeft het vaste vorm gekregen. De kerkenraad nam toen het besluit dat tijdens vier diensten per jaar het koor een vaste plaats zou krijgen, waarbij Dirk Zwart als cantor werd benoemd.’
Het enthousiasme over de medewerking van het koor was zo groot, dat het aantal diensten nu is uitgebreid tot acht. ‘Dat gebeurde op initiatief van de kerkenraad,’ voegt Zwart eraan toe. Formeel is het gemeentekoor geen permanente zaak. ‘We oefenen intensief in steeds twee blokken van drie maanden,’ aldus Schuurman. ‘In het voorjaar zingen we op Biddag, Goede Vrijdag, Eerste Paasdag, Eerste Pinksterdag en Hemelvaartsdag. In het najaar op Dankdag, de eerste Adventszondag en Eerste Kerstdag.’ Sommigen zouden wel vaker willen, anderen vinden dit meer dan genoeg. ‘Zelf zing ik met plezier, maar na alle drukte rond de cd en de diensten die we nog moeten zingen, denk ik wel: in januari vind ik het wel even weer genoeg.’
Sommige zangers en zangeressen doen al vanaf het begin mee, anderen tekenen soms voor zo’n blok in en blijven het volgende blok weg. Schuurman: ‘Dat werkt prima. We hebben tot dusver ook steeds voldoende mensen kunnen krijgen. Alleen in het begin hadden we soms een mannentekort.’ Dat geeft ook iets aan van het enthousiasme van de gemeenteleden voor het koor. De gemeente heeft namelijk slechts 450 leden, waarvan ongeveer 35 meedoen in het koor. Is er in Rotterdam dan geen weerstand geweest tegen de invoering van het gemeentekoor? ‘Nee,’ zeggen Schuurman en Zwart samen. ‘Wellicht hebben enkele mensen er in het begin wel wat kritisch tegenaan gekeken, maar dat heeft niet tot conflicten geleid. Dat heeft alles te maken met de manier waarop de kerkenraad deze zaken aan de gemeente heeft gepresenteerd,’ aldus Schuurman. ‘Het is belangrijk dat je aan de mensen zegt waarom je zoiets doet, dat je het in een breder kader zet. Daarom is het ook zo belangrijk dat het koor geen optreden verzorgt, maar op logische momenten in de eredienst met de gemeente zingt.’
‘We beklemtonen ook steeds dat het bij deze liturgische veranderingen niet om wezenlijke zaken gaat, die je maar op één manier goed kunt doen,’ stelt Dirk Zwart. ‘Je kunt de liturgie op verschillende manieren invullen. We zeggen ook niet dat het nieuwe per definitie beter is, maar we beleven nu in Rotterdam wel de frisheid van de variatie.’
Die frisheid is een van de dingen die direct opvallen op de cd. De variatie wordt soms met kleine dingen bereikt. De keuze van de samenzangliederen is heel traditioneel. Gewoon elf psalmen en gezangen uit het Gereformeerd Kerkboek. Elke gemeente kan die zo nazingen. Maar dan komt het. Want bij elke psalm of gezang is iets bijzonders te horen. De meeste zijn van een antifoon voorzien een kort refrein dat vooraf en na afloop van de psalmcoupletten door het koor wordt gezongen. Het koor zingt soms een couplet meerstemmig of het zingt een tegenstem. Dat kan door de vrouwen van het koor, die tegen de mannen in zingen. Maar soms zingt het hele koor de tegenstem met de gemeente. Die tegenstemmen zijn alle door Dirk Zwart gemaakt: ‘Zulke dingen zijn door anderen namelijk nog nooit op papier gezet.’
De bekende psalmmelodieën kun je ook opfrissen door een bijzondere orgelzetting te gebruiken. Of door er een ander instrument bij te gebruiken, zoals op deze cd de dwarsfluit. Een prima combinatie bij Psalm 6, die ik ook door de prachtige zettingen en instrumentale tegenstemmen een van de hoogtepunten van de cd vind. Bij enkele psalmen bijvoorbeeld 68 of 118 zou een schallende trompet de feestvreugde nog hebben kunnen vergroten. Dirk Zwart beaamt dat: ‘Ik zou graag koper hebben ingezet, maar we hebben nu eenmaal geen trompettisten in de gemeente.’ Jammer, maar hier geeft hij m.i. tegelijk ook een sterk punt van deze cd aan: er is gewerkt met de mensen en mogelijkheden die de eigen gemeente biedt. Dat geeft een eerlijk, onopgesmukt beeld. Geen inhuren van allerlei musici, geen uitwijken naar een grote kerk met een riante akoestiek, maar heel gewoon in je eigen kerk laten horen wat er ‘s zondags mogelijk is. ‘De enige concessie die we hebben gedaan is dat tijdens de opnamen het koor vlakbij het orgel heeft gestaan. Normaal staat het voorin de kerk, op het podium bij de preekstoel. Omdat het orgel achterin staat, gebruik ik daarom tijdens de kerkdiensten vaker de piano als begeleidingsinstrument,’ zegt Dirk Zwart, die het overigens ook leuk vond voor het eerst een cd samen met zijn onlangs 80 jaar geworden vader te maken. ‘Ook hij heeft er veel plezier aan beleefd. De mensen die ons kennen, weten dat zijn en mijn muzikale stijl nogal uiteenlopen. Maar zijn vakmanschap is zo groot dat hij prima de wat modernere orgelzettingen heeft gespeeld die ik heb geschreven.’
Wat is er verder te horen? Allereerst enkele evangeliemotetten, korte koorwerken waarin een bijbeltekst wordt gezongen. Verder twee doxologieën, lofprijzingen op God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ook schreef Zwart een fraaie bewerking van de zegen uit het huwelijksformulier. Ten slotte zijn er dan nog enkele vrije werken, twee Engelse anthems, korte koorwerken van Mendelssohn en Praetorius en twee [op teksten] van Huub Oosterhuis. Vooral het laatste ‘De hemel ontvouwt de glorie van God’, Psalm 19:1-7 klinkt prachtig, vooral door de sprankelende pianobegeleiding.
We komende terug bij de vraag van het begin. Kan dit allemaal, verdringt zo’n koor niet de levende verkondiging van Gods Woord? Ik denk dat dit afhangt van wat je met het koor doet. Wanneer het gebeurt zoals op deze cd, zal door het werk van het koor en van de instrumentalisten het Woord van God alleen maar onderstreept en de lofzang van de gemeente versterkt worden. Goed voorbeeld doet goed volgen...
H.F. van Hartingsveld in Gereformeerd Kerkblad voor Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, 7 februari 1998:
Koor- en gemeentezang uit Rotterdam-Centrum, luidt de ondertitel van de cd-opname vanuit de Simonstraatkerk: centraal staat het Gemeentekoor o.l.v. Dirk Zwart. Een koor aanvankelijk begonnen als gelegenheidskoor voor medewerking aan z.g. bijzondere kerkdiensten. Waren het er eerst vier per jaar, nu wordt op alle Christelijke feestdagen en op de bid- en dankdag daar aan de kerkdiensten meegewerkt.
Op deze cd horen we de vaste organist van de kerk Dirk Jansz. Zwart, de fluitiste Suzan Zwart-de Kruif en Hannie Hordijk op piano. Verder samenzang door een groep gemeenteleden. Het koor van Dirk Zwart heeft een duidelijke doelstelling, citaat: ‘deelname aan kerkdiensten, waarbij het aandeel van het koor op een liturgisch verantwoorde manier geïntegreerd is in het geheel van de dienst, tegelijkertijd als ‘tegenstem’ èn als onderdeel van de gemeente. In geval van onbekende melodieën kan het koor zo nodig een ‘helpende’ rol spelen bij de gemeentezang.’
Gezongen wordt uit het Gereformeerd Kerkboek, t.w. de Ps. 122, 105, 130, 6, 118, 47, 68 en Gez. 17, 26a, 3 en 19. Dirigent Dirk Zwart heeft fraaie bewerkingen voor zijn koor geschreven. Hij is daarin heel vernieuwend bezig. Toch blijft zijn stijl voor de gemiddelde kerkganger bij het aanvaardbare. Voor meerdere Psalmen schreef hij een antifoon, een soort refrein, ontleend aan een gedeelte van de onberijmde Bijbeltekst. Bij Psalm 105 verzen 8, 19 en 21 (voor de biddag) luidt deze: ‘Met brood uit de hemel verzadigde Hij hen’ (vers 40b onberijmd). De antifoon, gezongen door het koor, wordt direkt gevolgd door gemeentezang en daarna klinkt deze antifoon nog een keer. Voor het oor heeft het geheel een natuurlijk verloop. Er is eenheid, een belangrijk aspect voor de beleving van de kerkganger. In Psalm 6 speelt de fluitiste Suzan Zwart in het voorspel en ook tijdens het zingen een heel karakteristieke partij. Een mooie compositie voor de uitbeelding van deze klaagpsalm. Het koor zelf heeft zich ontwikkeld tot een koor met kwaliteit. Het verdient de naam Cantorij ruimschoots. Er zijn prachtige stemmen, er is goede discipline. Het kan ook veel: al dan niet met orgelbegeleiding zingen ze motetten van o.m. Engelse componisten. Maar ook een aantal van de dirigent zelf. Zo schreef hij o.a. een Doxologie: ‘Ere zij de Vader en de Zoon’ etc. en de eerste zegen uit het huwelijksformulier (Geref. Kerkboek): ‘De Vader van alle barmhartigheid’ etc.
Afsluitend: veel muzikale gaven van deze Rotterdamse gemeente zijn op deze cd bij elkaar gebracht. Om van te genieten en zeker tot voorbeeld van een in veel opzichten verantwoorde muzikale invulling van Erediensten in onze kerken. En daaraan is veel gelegen.
Daarom van harte aanbevolen, deze CD.
Dr. J. Smelik in De Reformatie, 6 februari 1999:
De Gereformeerde Kerk van Rotterdam-Centrum (momenteel: Rotterdam-Stad) heeft vanaf 1993 een cantorij, die bestaat uit zo’n dertig gemeenteleden. Vanaf het begin staat dit koor onder leiding van Dirk Zwart. Eind vorig jaar verscheen een cd waarop dit ‘gemeentekoor’, zoals men de cantorij in Rotterdam noemt, te horen is. Het kerkkoor is vooral opgericht om te functioneren binnen de eredienst. In de kerk van Rotterdam gebeurt dat dan ook regelmatig.
Dat de cd afkomstig is van een cantorij uit een gereformeerde kerk, komt tot uiting in het repertoire dat opgenomen is. Er is namelijk een grote plaats ingeruimd voor liederen uit het Gereformeerd Kerkboek: de psalmen 122, 6, 118, 105, 130, 47, 68 en de gezangen 17, 26a, 3 en 19. Daarnaast staan op de cd kerkmuzikale werken uit diverse perioden van de kerkgeschiedenis, van Michael Praetorius (16e/17e eeuw) tot en met Antoine Oomen (20e eeuw). Ook bevat de cd een aantal composities van dirigent Dirk Zwart, onder meer twee evangeliemotetten (koorwerken op een onberijmde bijbeltekst uit een van de evangeliën).
Kortom, het opgenomen repertoire illustreert dat een cantorij een grote diversiteit aan muzikale stijlen en genres tot zijn beschikking heeft staan. Onbevredigend vind ik overigens wel dat op de cd binnen één lied stilistische verschillen optreden. Dat gebeurt verschillende keren doordat vader en zoon Zwart beiden zettingen voor een lied leverden.
De cd is met een duidelijk pedagogisch doel uitgegeven: hij wil een doorsnee geven van de mogelijkheden die een cantorij in een gereformeerde kerkdienst biedt. U kunt hier denken aan gezongen schriftlezingen, gebeden en lofprijzingen. Verder kan een cantorij de uitvoeringspraktijk verrijken door onder meer het gebruik van beurtzang tussen koor en gemeente, en het zingen van bovenstemmen. Nu de Gereformeerde Kerken bezig zijn met het toetsen van ‘nieuwe’ gezangen, kan een cantorij (bijv. op gemeenteavonden e.d.) haar diensten bewijzen bij het aanleren van onbekende melodieë.
Zoals Dirk Zwart in het cd-booklet terecht opmerkt, is een gemeentekoor, met zijn wekelijkse repetities, een intensieve en plezierige vorm van gemeenteleven. Volgens hem voegt het koor aan de eredienst iets heel waardevols toe: ‘een wederkerige stimulans in de aanbidding en lofprijzing’.
Nu zijn er meer kerken waar nagedacht wordt over een gemeentekoor. Zij kunnen deze cd beluisteren om een indruk te krijgen van de mogelijkheden die een dergelijk koor biedt. Intussen blijft ons hoop ik één ding bespaard, namelijk dat kerken per se een gemeentekoor willen beginnen, zonder zich daarbij af te vragen of aan bepaalde minimum-kwaliteitseisen voldaan kan worden. Onontbeerlijk is vooral dat je iemand in de gemeente hebt die voldoende deskundig is en inhoudelijk goede leiding kan geven aan het koor. De cd laat horen dat je met gemeenteleden, dus met muzikale amateurs, op aanvaardbare wijze muziek kunt uitvoeren. Een terzakekundige dirigent is hier meer dan het halve werk. Als je een dergelijk persoon niet hebt, kun je beter nergens aan beginnen. Kerken die de mogelijkheden wél hebben, mogen zich laten leiden door de woorden van de apostel: alles wat welluidend is, bedenkt dat (Fil. 4:8).
Anje de Heer in Eredienst, juni 1999:
Aan cd’s met koor- en gemeentezang is in Nederland geen gebrek. Kijk de bakken er maar op na in een christelijke boek- en cd-winkel, de keuze is overvloedig. Maar de cd waar het in deze bespreking over gaat, een cd met koor- en gemeentezang uit Rotterdam-Centrum, neemt binnen het grote geheel een aparte plaats in. En dat heeft te maken met de uitvoerenden, het repertoire en de uitvoering.
De Geref. Kerk (vrijg.) van Rotterdam-Centrum kent sinds een aantal jaren een eigen cantorij aangeduid met de term ‘gemeentekoor’ en een eigen cantor, Dirk Zwart. Het koor bestaat uit gemeenteleden en werkt op acht zondagen per jaar mee aan de kerkdienst [...]. De functie van het koor wordt in het booklet omschreven met de woorden: ‘deelname aan de kerkdiensten waarbij het aandeel van het koor op een liturgisch verantwoorde manier geïntegreerd is in het geheel van de dienst, tegelijkertijd als ‘tegenstem’ en als onderdeel van de gemeente.’ De werken op de cd, een keuze uit het repertoire dat de cantorij sinds haar oprichting heeft opgebouwd, laten zien hoe deze omschrijving in de praktijk gestalte krijgt.
De cd bevat berijmde psalmen (alle uit het Geref. Kerkboek), liturgische teksten zoals een doxologie, de huwelijkszegen en de geloofsbelijdenis en koorwerken van Arnold Mendelssohn, Michael Praetorius, William H. Harris, John Goss, Antoine Oomen, Tom Löwenthal en Dirk Zwart. Het programma is opgebouwd deels volgens de liturgische functie van de muziek, deels volgens de gang van het kerkelijk jaar.
Coupletliederen worden afwisselend uitgevoerd: gemeentezang, cantorij in meerstemmige bewerkingen, cantorij en gemeente waarbij de eerste bijvoorbeeld een tegenstem zingt, instrumentale omspeling. De berijmde psalmen worden steeds gecombineerd met een zogenaamde antifoon, een onberijmde tekst, genomen uit de psalm of nauw verwant aan de psalmtekst, die zowel voor als na de psalm gezongen wordt, en die fungeert als een soort plaatsbepaling: hier gaat het in deze tekst om. Een voorbeeld: uit psalm 105 worden de strofen 8 (‘Toen God de honger zond op aarde...’), 10 (‘God gaf op wonderbare wijze / brood uit de hemel...’) en 21 (‘Die gunst heeft God zijn volk bewezen...’) gezongen en de antifoon heeft als tekst: ‘Met brood uit de hemel verzadigde Hij hen’ (ps. 105: 40b). Het geheel is bestemd voor de dienst van dankdag.
Dag aan dag draagt Hij ons is een boeiende en positieve cd, en wel om verschillende redenen. Het is een prettige cd om naar te luisteren; het koor zingt vanuit een natuurlijk ademende beweging en maakt daardoor op een plezierige manier muziek. De dirigent toont zich een goede regisseur die weet te werken met timing en daardoor een goed samenspel tussen cantorij en instrumentalisten bereikt. Dat is ook nodig omdat er bij de coupletliederen soms een frictie in stijl is; dan wisselen zettingen van verschillend karakter elkaar af zoals de zettingen van de dirigent, Dirk Zwart, en de organist, Dirk Jansz. Zwart.
De cd laat ook horen waar een eigen gemeentekoor toe leidt: actieve en enthousiaste gemeenteleden, en hoe zo’n koor kan functioneren binnen de gemeente en de kerkdiensten: samen met de gemeente werken aan de lofzang. Waar men overweegt in eigen gemeente te beginnen met een cantorij, kan men hier horen hoe met betrekkelijk weinig middelen inspirerend en functioneel gewerkt kan worden. Voorwaarde is natuurlijk de juiste muziek, goede instrumentalisten én een kundige dirigent die weet waar het bij een cantorij om gaat. Een dirigent die niet alleen alle nootjes op z’n plaats krijgt, maar die ook een goede regisseur is, die alles op elkaar weet af te stemmen en die weet te werken met timing. Aan die voorwaarden is in Rotterdam in alle opzichten voldaan.