Het Lam dat ons doet leven
Peter Sneep in het Nederlands Dagblad, 2 april 1998:
[voorbeschouwing n.a.v. de premières op 5 april 1998]
Kop: ‘Koorleden krijgen zelf kippenvel van Paasoratorium van Zwart en Borkent’
“Het is een prachtig werk. Iedereen moet het horen. Muziek en taal zijn van deze tijd. En, in tegenstelling tot Bachs Passionen is de tekst in het Nederlands.” Linda van Heerde (30) uit Zwolle is een van de vele koorleden die komende zaterdag meezingen tijdens vijf uitvoeringen van het paasoratorium van Dirk Zwart en Ria Borkent. En ze is laaiend enthousiast.
Linda van Heerde: “Het werk heeft een mooie opbouw. Het bestaat uit vijf delen: eerst een proloog, daarna wordt in vier delen het verhaal verteld.” Dat verhaal eindigt in tegenstelling tot de passionen bij de opstanding. “Elk stuk is anders en staat min of meer op zichzelf. Hooguit een paar fragmenten herinneren aan andere delen. En steeds vind ik dat de muziek mooi de bedoeling van de tekst uitbeeldt. Soms is de muziek teder, soms is er veel drama en agressie.”
Componist Dirk Zwart (35) beaamt in zijn voorwoord in het boekje bij de cd-opname van het oratorium de ‘verbrokkelde’ opzet. “Soms heb ik delen met elkaar in verband gebracht, maar voor het overgrote deel zijn de liederen onafhankelijk van elkaar gecomponeerd, in de hoop dat er uiteindelijk met mijn componeerstijl als samenbindend element toch een eenheid zou ontstaan.” Zwart wilde geen recitatieven componeren. “Ik zou niet weten hoe je dat op een oorspronkelijke manier zou kunnen doen, zonder een Bach-imitatie te maken. Hans Boelee doet dat bijvoorbeeld in zijn Marcus-passion. Recitatieven van Antoine Oomen van de Amsterdamse studentenecclesia vind ik te saai.”
Toch ziet Zwart wel overeenkomsten tussen zijn muziek en die van de studentengemeente. “Mijn muziek is daarop geïnspireerd. Maar volgens mij is het nog niet voorgekomen dat bij zulke muziek teksten gebruikt worden van protestantse signatuur.” Behalve in Amsterdam deed Zwart ook inspiratie op in Engeland. “Tussen de teksten van Borkent heb ik bijbelteksten gezet, als een soort scharnieren tussen de verschillende delen. Die delen zijn duidelijk Engels van karakter.”
Zowel Dirk Zwart als Linda van Heerde zijn enthousiast over Ria Borkents liedteksten. Zwart: “Ik heb de teksten van Borkent als zeer inspirerend ervaren. Niet alleen waren ze uitstekend te zingen, ook hadden ze een sterk vermogen om muziek ‘op te roepen’. Wanneer mijn muziek geslaagd is, is dat voor een groot deel te danken aan de teksten van Ria Borkent.”
Linda van Heerde heeft tijdens de koorrepetities vaak meegemaakt dat koorleden ontroerd reageerden op de teksten. “Ik krijg er kippenvel van, zei iemand in het koor, toen we klaar waren met een lied. Ikzelf heb er mijn verenigingsavond voor opzij gezet om de repetities van ons koor dat werkt op projectbasis te kunnen bijwonen. Maar aan het zingen van deze muziek en deze teksten heb ik evenveel gehad als een avond bijbelstudie. Het gaat zo diep.”
Hoogtepunt voor Linda van Heerde is het lied ‘O gedaagde voor het Sanhedrin’, waar de muziek meeklaagt met de woorden ‘Heer, hoe vaak heb ik uw hart gewond / elke keer als ik een reden vond /dat Gij even niet voor mij bestond. Was dat dan geen verraad, een slag in uw gelaat?’
“Ik heb geen koralen gecomponeerd, zoals bij Bach,” zegt Dirk Zwart. “Ik wilde geen bestaande koralen gebruiken. Dus zou ik ze nieuw moeten schrijven. Maar dat heeft weer als nadeel dat ze voor de gemeente te onbekend zijn om snel mee te zingen.” Toch is voor de gemeente een bescheiden rol weggelegd, in het meezingen van enkele refreinen en coupletten.
Het koor waarop Linda van Heerde zit, speelt nu al met de gedachte het werk volgend jaar weer uit te voeren. “Misschien wel elk jaar. Het is in feite liturgische muziek. Delen ervan zouden zo in de kerkdienst van Goede Vrijdag gezongen kunnen worden.”
Dichteres Ria Borkent was blij verrast toen ze onlangs de muziek bij haar teksten voor het eerst hoorde. “Het was net alsof ik in de herfst bollen had geplant, die nu boven de grond kwamen. Mijn teksten waren door de muziek van Dirk Zwart zo anders geworden. Ze zijn nu mystieker, de nuchterheid is eraf.” Evenals Linda van Heerde is Ria Borkent geraakt door het drama. “Een van mijn zoons noemde de muziek sinister, ik vond het zo gewelddadig.” Het mooiste lied is voor Borkent ‘Hij is de weg gegaan.’ “Bij het couplet ‘Van boven zon en maan / gekomen tot de zijnen’ komt plotseling die trompet uit de lucht tuimelen. Ontroerend.”
Gert de Looze in het Reformatorisch Dagblad, 6 april 1998
‘Zaterdag ging in Groningen, Leeuwarden, Rotterdam, Utrecht en Zwolle een paasoratorium in première. Dirk Zwart componeerde Het Lam dat ons doet leven in opdracht van Icarus. Ria Borkent schreef de liedteksten voor dit werk. Aanleiding voor de opdracht was het vijfjarig bestaan van Icarus. ‘Hoe vier je het eerste lustrum van een literair-cultureel tijdschrift?’ vroegen Icarus-redacteuren zich af. ‘Er is een aantal uitgangspunten: het moet een publieksevenement zijn, het moet cultureel zijn en het moet vlammen.’
Aan de eerste twee uitgangspunten is voldaan, aan het laatste gelukkig niet. Over de betekenis van het woord vlammen kun je redetwisten, maar het passiestuk van Zwart is geen spetterend werk, vol van hartstocht. Toen ik de vorige week gepresenteerde cd van het paasoratorium beluisterde, groeide bij mij de overtuiging dat het werk een zekere eerbied ademt. Ik proef ingetogenheid, als wilde Zwart het ontzagwekkende van de gebeurtenissen aan het eind van Christus’ leven en tijdens Zijn opstanding benadrukken. Mogelijk versterkt de kleinschaligheid van de uitvoering die indruk. De piano heeft daarin als begeleidingsinstrument de hoofdrol. Trompet en orgel kregen een bescheiden rol toebedeeld. Zwart wilde het werk goed zingbaar voor het betere amateurkoor houden. Daarin lijkt hij geslaagd: het kamerkoor Quintessens onder leiding van Dick Duijst kan Zwarts passiestuk goed de baas.
Het werk bestaat uit vier delen: ‘Jezus met zijn leerlingen’, ‘De gevangenneming en het proces’, ‘De kruisiging’ en ‘Begrafenis en opstanding’. De compositie is niet te vergelijken met de passionen van Bach. Recitatieven blijven achterwege. Dertien op muziek gezette liedteksten van Ria Borkent vormen het hoofdbestanddeel van het paasoratorium. Enkele onberijmde bijbelteksten fungeren als begin- en eindtekst en als scharnieren tussen de verschillende delen. Tijdens uitvoeringen worden, als een soort gesproken recitatieven, korte schriftgedeelten gelezen. Deze zijn in het cd-boekje opgenomen.
Dichteres Borkent heeft de lijdens- en opstandingsgeschiedenis op een indringende manier in haar liederen verwoord. Neerlandicus en kerkmusicus Zwart zette de liederen afwisselend gematigd modern en klassiek op toon. Hij doet dat suggestief, sterk vanuit de tekst gedacht. De grens van overdaad overschrijdt hij niet. Zijn componeertrant, regelmatig vol van beweging, zorgt juist voor de nodige afwisseling. Anders zou de aandacht bij het beluisteren van het, een uur durende, passiestuk verslappen.
Enkele keren is er in het paasoratorium ruimte voor deelname van de gemeente. Op de cd vervult een aantal koren die rol. Hun inbreng had massaler mogen klinken. De meewerkende musici, pianiste Ineke Geleijns, organist Arthur Koopman en trompettist Lubertus Leutscher, kwijten zich prima van hun taak. Lof voor de toon die de laatste aan zijn instrument weet te ontlokken: gedragen schetsend hoe Jezus de weg is gegaan of schril uitbeeldend hoe het recht struikelt op de straten.
Wim Stoppelenburg in de Meppeler Courant, 25 maart 2002:
[uit een artikel n.a.v. een concert van CGZ Immanuel o.l.v. Wietse Menardi]
[...] De ontwikkeling van de kerkmuziek laat zich aardig afmeten aan dit oratorium Het Lam dat ons doet leven (1998), passie- en opstandingsmuziek van Dirk Zwart (1962), gereformeerd cantor in [Rotterdam] en redacteur van een christelijk tijdschrift en zonder twijfel een loot van de bekende kerkmuziekfamilie. Het meer dan een uur durende werk geeft de gebeurtenissen weer van het lijdens- en opstandingsverhaal in één. Als een der weinige. Een ambitieuze opzet en in zekere zin ook wel logisch, want de zin van het lijden was de opstanding. Twee minuten stilte als ‘stille zaterdag’ markeerden zo de overgang naar Pasen. Wat niet logisch overkwam was dat de door Jozef van Arimatea gefinancierde begrafenis bij dit laatste opstandingsdeel werd getrokken en niet, zoals bij Bachs Mattheus Passie het slot vormde van de gebeurtenissen rond Goede Vrijdag.
De teksten en gedichten van Ria Borkent drapeerden zich rond woorden uit het evangelie van Marcus met uitzondering van een gedeelte van Johannes dat met de voetwassing te maken had. Hoe goed ook uitgesproken [...], deze Marcus Passie zou vollediger zijn geweest met gezongen recitatieven, hoe eenvoudig ook. Want het door de microfoon gesproken woord is in wezen te kalm-materialistisch en staat op gespannen voet met de ziel en de muziek. Dat hadden katholieken al lang door. De in de regel eenvoudige maar mooie religieuze poëzie van Ria Borkent is aanvankelijk gezet in een soort aanspreektoon (‘Uw intocht...’, ‘Gij gaat de week van lijden in...’), waardoor de componist gedwongen is in een soort gebedstoon te componeren, wat nogal statisch werkt. Maar binnen die beperking en die van de muzikale begrijpelijke traditie doet Zwart bijzondere dingen.
De piano loopt meestal in een doorgaande beweging of in ferme akkoorden (zoals in het oud-Hollandse ‘Wees mijn brood en mijn beker’, waarin ook de gemeente kan meezingen). Verderop in het stuk komen er gewaagdere zaken, die de oren doen spitsen. Het wordt dramatischer, de eerder genoemde aanspreektoon wordt door de dichteres verlaten, de zin voor grote zinsbogen in de muziek krijgt echte betekenis, onregelmatige maatsoorten (‘Uitgetrokken zijn ze met stokken en zwaarden...’) doen hun intrede, een bijna bizarre wals met daaroverheen een lange lijn markeert de scène vor Kajafas, waardoor het mineur-gedicht, als een soort koraal (‘O gedaagde voor het Sanhedrin’) extra goed uitkomt.
Het tonaal steeds hoger kruipende lied bij de kruisiging waarbij tot slot de gemeente weer kan meezingen, is gewoon goed gedaan en ook hier werkt het koraal-achtige lied tot slot weer heel sterk, behalve dan de teleurstellende laatste twee regels. De opstanding bestaat grofweg uit twee stukken die in relatie tot elkaar misschien een revisie zouden moeten hebben. Met de weidse orgelbeweging keert het begin van deze Marcus-Passie weer terug en lijkt de cirkel gesloten. [...]