Machtig God, sterke Rots
Roel Sikkema in het Nederlands Dagblad, 1 juli 2005:
Dat een uit amateurs bestaand koor goed inzetbaar is in de zondagse eredienst, heeft de Rotterdamse musicus Dirk Zwart meermalen bewezen. Geregeld zingt het door hem geleide Gemeentekoor in diensten van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Rotterdam-Stad. Mensen buiten deze gemeente konden de zangers en zangeressen – in wisselende samenstelling – horen op enkele geslaagde cd’s.
Ook deze cd is daar een voorbeeld van. Het koor zingt liederen afkomstig uit de bundel Negentig Gezangen, die enkele jaren geleden in de vrijgemaakte kerken is ingevoerd. Zo’n cd is een handig hulpmiddel om onbekende melodieën in te studeren. Maar dat niet alleen, Zwart laat bijvoorbeeld zijn koor ook tegenstemmen zingen en goed is te horen hoe fraai een instrumentale tegenstem – gespeeld door zijn vrouw Suzan – kan klinken.
Dirk Zwart schreef vrijwel alle muziek. Zijn muziek ligt goed in het gehoor, en past meestal goed bij de bewerkte melodieën. Toch zit er ook een nadeel aan: verschillende zettingen lijken qua sfeer nogal op elkaar. Bovendien contrasteren ze soms met de mooie voorspelen van de organist Gerben Mourik. Enkele van zijn uitbundige improvisaties nodigen uit tot enthousiast zingen, maar bij ‘Daar juicht een toon’ en ‘De dag gaat open voor het Woord des Heren’ klinkt de samenzang nogal braaf.
Maar die kleine minpuntjes nemen niet weg dat het hier om een cd gaat die een voorbeeld is voor andere gemeenten die met een cantorij of gemeentekoor de zondagse eredienst willen versterken.
Ria Borkent in een e-mail aan Dirk Zwart:
Het is een leuke cd, jij weet van Opwekking nog kerkmuziek te maken.
Herman van Hartingsveldt (een verkorte versie van het onderstaande stond in het
Gereformeerd Kerkblad voor Zuid-Holland etc., 3 september 2005):
De ontwikkeling steunen en stimuleren. Dat zegt Dirk Zwart van de bundel Negentig Gezangen. Deze bundel, in een opvallend rode kleur, begint langzamerhand in de vrijgemaakte kerken ingevoerd te raken. De cantor-organist van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt aan de Simonstraat in Rotterdam, heeft zich ingezet om de invoering van de Negentig Gezangen verder te steunen en te stimuleren. Al eerder verscheen zijn begeleidingsbundel ten behoeve van organisten en pianisten. Hoewel in de zangbundel liederen met veel verschillende stijlen zijn opgenomen, is hij er in geslaagd om ze toch allemaal speelbaar te maken zowel voor begeleiding op orgel als piano. Een handreiking zondermeer aan allen die op zondag de gemeentezang begeleiden.
Maar hoe moeten de liederen nu echt klinken? In welk tempo? Daarvoor nu deze cd. Het is geen samenzang-opname zoals er al zoveel zijn. Voorop staat de variatie in de uitvoering van de liederen. Mijns inziens een voorwaarde om vaker naar deze plaat luisteren, zonder dat het gaat vervelen. Met het Gemeentekoor van Dirk Zwart en een groep kinderen van de Gereformeerde basisschool ‘Het Kompas’ o.l.v. Gerda Niemeijer worden 20 liederen ten gehore gebracht. Een willekeurige greep daaruit. Geopend wordt met ‘Machtig God, sterke rots’ (85), eerst 4-stemmig, later samen met de ‘ad hoc’ gemeente 1-stemmig. Enthousiast gezongen. Zo ook liederen als ‘Daar juicht een toon’ (52), ‘U zij de glorie’ (56) en, niet te vergeten, het opwekkingslied ‘Wie is God behalve onze Heer’ (12). Nieuw zijn de liederen van onder meer Ria Borkent ‘Maria heeft aan Jezus’ (27) en het avondmaalslied van Jan Smelik ‘Alles in allen zult gij voor ons zijn’ (65). De zettingen van de verzen van dit laatste lied zijn van vier verschillende componisten, de overige zettingen en bewerkingen zijn allemaal van Dirk Zwart.
Ik ben onder de indruk van de orgelbegeleiding van Gerben Mourik. Hij gaat zeer muzikaal met het orgel om, hij ‘kent’ het instrument, weet wat je ermee kunt en kiest zorgvuldig de registers. En niet altijd een simpel voorspelleje, maar de sfeer invoelend, kiest hij de klank en de kleuren die bij het lied passen, b.v. in ‘O God die ons uit stof formeerde’. Bij meerdere liederen mengen de tongwerken van het orgel zich fraai met de zang. En bijzonder: het nivo van zijn voorspelen, ter plekke bedacht (!), stijgt uit boven wat je doorgaans van zangopnamen gewend bent. Ik kan me voorstellen dat je even denkt: wat gebeurt hier? Alleen de lengte van enkele voorspelen zou voor mij soms enkele maten korter mogen zijn, maar dat er muziek wordt gemaakt, dat is wel zeker.
Het uitermate soepele fluitspel van Suzan Zwart trekt de aandacht. Ook hier muzikaal meedenken met het lied en dat uitbeelden. Geen platgetreden paadjes. Zonder dat je het verwacht, komt ze ineens met een geheel zelfstandige melodie het lied ‘binnenwandelen’, zoals in ‘Woord van de schepping’ (61) en ‘Zo vriendelijk als het licht’ (15). De vijf laatste liederen vormen het kinderblok. Dirk Zwart begeleidt en componeerde de voorspelen en zijn vrouw Suzan brengt ook weer de meerwaarde aan in deze kinderzang. Heerlijk en onbevangen zingen ze ‘Nu gaan de bloemen nog dood’ (43), dat na het laatste couplet eindigt met een paar keer zachtjes nazingen “Stil maar, wacht maar”. Wat krijgt een kinderlied zo een reliëf! Dirk Zwart merkt in het boekje op dat er met de Negentig Gezangen weer gewerkt kan worden aan de voortzetting van de kerkmuzikale traditie, en gezocht kan worden naar een verhouding tot de muzikale cultuur in bredere zin. Deze plaat is er een klinkend voorbeeld van.
Peter Sneep in een e-mail aan Dirk Zwart:
Je nieuwe cd is mooi. Het begin is feestelijk, met 'Machig God’, als zo’n Engelse mini-anthem van die cd Treasury of Anthems. Je hebt natuurlijk ook wel in de roos geschoten door Gerben Mourik te laten spelen. Ik heb het orgel in de Simonstraatkerk nog nooit zo gehoord. Hij is vindingrijk in z’n registergebruik. Zo’n voorspel als bij 'U zij de glorie’, met een echo van twee plenums, dat is zo goed gevonden, juist ook om dat het tweede klavier van het orgel bedeeld is met een Scherp III. Maar ook al die mystieke klanken van de strijkers.
De akoestiek van de kerk is wennen. Het koor en Suzans fluit zijn ook nog eens heel erg direct opgenomen, wat mij betreft te direct. Met de samenzang erbij, die wat verder weg klinkt, wordt het beter. De feestelijke liederen klinken dan ook het best, vind ik. Na 'Machtig God’ zijn dat 'Heer onze God’ (bijzonder, dat laatste akkoord van de derde regel; was even puzzelen om erachter te komen wat je precies deed), 'De dag gaat open’, 'Daar juicht een toon’, 'U zij de glorie’ en 'Heer u bent mijn leven’. Ik moet je eerlijk bekennen dat ik die liederen niet heel erg mooi vind. 'De dag gaat open’, bijvoorbeeld is eigenlijk een flauwe melodie op het midden van de weg. Betrap ik me erop dat ik de volumeknop bij de het laatste vers met de tegenstem toch even wat verder opendraai. Dat geldt ook voor 'Heer onze God’, waar door de tegenstem de melodie heel natuurlijk afsluit in bes-groot. Aan 'Zingt en speelt’ kan ik niet wennen. Ligt niet aan jou. Die tekstherhalingen (een nieuw lied, een nieuw lied; uw gaven, uw gaven; zijn hoven, zijn hoven) vind ik onverteerbaar. Nog lelijker vind ik 'Wie is God behalve onze Heer’. Ik hoop dat dat weinig opgegeven wordt. Hoe komt zo’n lied in deze bundel terecht? Ik heb ’m nog nooit hoeven begeleiden. Jij? Bij al die volumineuze liederen zou ik persoonlijk de slotakkoorden langer aanhouden. Maar ik weet dat we daarin van mening (blijven) verschillen.
Liederen als 'Woord van de schepping’, 'Jezus heeft het hemelleven’ en in mindere mate 'O God die ons uit stof formeerde’, vind ik aanwinsten voor de liturgie. Vooral in het eerste van die drie ben jij op je best. Het is echte Dirk-muziek, dromerig, mystiek. Ook een compliment voor Henk Ophoff. Het lijkt me een moeilijk lied om te zingen bij een minder begaafde organist. Het tweede lied, van Jannes, is een van mijn favorieten uit het bundeltje. Jij behandelt de melodie noot-tegen-noot. Ik hoor er meer gregoriaans-lange lijnen in. Trouwens, het gemeentekoor zingt lekker voortvarend, behalve bij Smeliks 'Alles in allen’. Bij 'Zo vriendelijk en veilig als het licht’ blijf ik Huijbers’ zetting het allermooist vinden. Jammer dat bij vers drie de rust voor de eerste noot weg is. Orgel en gemeente beginnen tegelijk, bij de eerdere verzen begint het orgel en dat is mooier.
Die pianoliederen had je er van mij doorheen mogen kruiden (want kan jou die paar herz toonhoogteverschil schelen?). Ik ben blij dat je bij die laatste vijf liederen een paar van je eigen liederen hebt gekozen. 'Ik ben het levensbrood’ heb ik al een paar keer begeleid, en ik weet nu hoe het beter kan. Het koorbegin en -eind van 'Stil maar, wacht maar’ had van mij niet gehoeven. Het komt op mij te sentimenteel over. Het lied zelf is prachtig geworden, met het gemeentekoor en de kinderen samen. En Suzan speelt altijd zo mooi. Had ik dat al wel eens tegen jullie gezegd? In één woord: heel erg formidabel.
Zul je zuinig zijn op Gerda Niemeijer? Ze laat de kinderen heel goed zingen, ze hebben er zoveel plezier in. Om jaloers van te worden.